Het uitvoeren van werkzaamheden aan en in de omgeving van elektrische installaties vereist een bijzonder attest
van vakbekwaamheid BA4/BA5. Vaak is er onduidelijkheid omtrent dit certifi caat. Wat is de inhoud hiervan en de
geldigheidsduur, welke opleidingen dienen er gevolgd te worden? Recente wijziginen in het AREI, in het bijzonder artikel
47, beoogden hierin klaarheid te brengen. Toch stellen we vast dat deze regelgeving nog onvoldoende gekend is of
onbewust fout wordt toegepast.
Het veilig werken aan elektrische installaties eist, behalve het toepassen van de juiste werkmethodes, ook een goede organisatie.
Werkgevers, hiërarchische lijn, preventieadviseurs en gecertificeerde BA4/BA5 werknemers spelen hierbij een belangrijke rol.
De werkgever is verantwoordelijk voor het toekennen van het attest van vakbekwaamheid BA4/BA5. Hij laat de passende
preventiemaatregelen en werkprocedures toepassen en zorgt ervoor dat zijn elektriciens adequaat opgeleid zijn.
Van de BA5 werknemer wordt verwacht dat hij de gevaren, verbonden aan de uit te voeren werkzaamheden, zelf kan inschatten
en de maatregelen bepalen om de daaruit voortvloeiende specifieke risico’s te elimineren of tot een minimum te beperken.
Van de BA4 werknemer wordt verwacht dat hij ofwel voldoende onderricht werd betreffende de elektrische risico’s
ofwel bewaakt wordt door een vakbekwaam BA5 persoon. De kennis van de risico’s eigen aan de elektrische installaties
is dus een vereiste bij de toekenning van een attest van vakbekwaamheid BA4/BA5.
Opgelet : het aantal cursisten is beperkt tot 20 deelnemers. De volgorde van inschrijving zal hierbij doorslaggevend zijn.
|