Hoeveel brandblussers plaats je?

Je herinnert het je vast: "één bluseenheid per 150 vierkante meter!". Maar zou het echt zo makkelijk zijn? En waar komt die regel vandaan? Hoe bepaal je hoeveel blustoestellen je organisatie moet tellen? Auteur Nordin M'Rabet van Tyco legt uit hoe het precies zit.

Hopeloos verouderd

Ooit publiceerde de BVVO (nu Assuralia) voorschriften voor niet-automatische brandblustoestellen. In die publicatie staat anderhalve pagina over brandblussers. Al decennialang teren we op deze richtlijn voor de bescherming van onze werknemers en bezoekers. Helaas is de tekst gedateerd en te eenvoudig om nog voldoende houvast te bieden.

Een betere richtlijn met ISO

Bij gebrek aan wetgeving of gemeentelijke reglementen, kijken we naar normen (Europese, EN/CEA) of internationale (ISO). Voor deze kwestie kunnen we terugvallen op de internationale norm ISO/TS 11602-1.

Het positieve aan de ISO/TS 11602-1 is dat, net als met alle ISO richtlijnen, er ook naar allerlei gerelateerde normen en richtlijnen wordt verwezen. Zo borduren we verder op de eerdere ISO documenten en gebruiken we dezelfde terminologie. Onder meer:

  • ISO 7165: Draagbare blustoestellen: prestaties en bouw
  • ISO 8421-1: Woordenschat in brandverschijnselen
  • ISO 11601: Mobiele blustoestellen: prestaties en bouw  

Algemene principes

Ook volgens de ISO plaatsen we de brandblustoestellen steeds in gangen en langs paden, inclusief bij de uitgangen. Wanneer ze niet in het zicht kunnen hangen, moet de veiligheidssignalering duidelijk zijn. Brandblussers worden in kasten geplaatst wanneer er een risico is voor vandalisme of diefstal, maar de opening moet steeds eenvoudig en snel mogelijk zijn.

Draagbare brandblustoestellen worden op maximaal 150 cm van de vloer gehangen, of 100 cm hoog voor de zwaardere modellen. Dat is gemeten aan de bovenkant van het toestel. Ze mogen niet op de grond staan.

Men overweegt ook maatregelen tegen fysieke beschadigingen of vallen, en er wordt rekening gehouden met het temperatuurbereik van de toestellen.

Aantal blustoestellen bepalen

De oude Assuralia richtlijn houdt rekening met twee factoren: oppervalk en risico. Daar gaan de auteurs van het ISO document verder. Niet alleen zijn er drie risicograden die veel nauwkeuriger worden bepaald, men kijkt ook naar oppervlak en zelfredzaamheid van de aanwezigen. Maar belangrijker: men erkent eindelijk de blusrating van de toestellen -de bluskracht dus.

Bepalen van de brandklasse

Hoe verleidelijk het ook mag zijn om één soort brandblussers in huis te halen. Dat zal zelden mogelijk zijn. Brandblussers moeten altijd aangepast zijn aan de aanwezige brandklasse. Daarbij kijken we naar de structuur van het gebouw (hout, papier, isolatie,…) en de inhoud (meubilair, materiaal, machines, opslag, ...). Eventueel mag één toestel verschillende brandklassen combineren, bijvoorbeeld A-B-F.

Meer weten?

👉 Lees het volledige artikel van Nordin M'Rabet op het Prebes Kenniscentrum

👉 Regel van goed vakmanschap brandblussers | Fireforum

👉 Voor nuttige info rond gassen en design check ook www.eiga.eu