
De voorgestelde wijzigingen moeten de regels voor interventies aan en in de nabijheid van elektrische installaties duidelijker en beter toepasbaar maken, maar volgens de Hoge Raad zijn bijkomende verduidelijkingen noodzakelijk om het huidige beschermingsniveau van werknemers te garanderen.
Hoofdstuk 9.3 van het AREI bevat de veiligheidsvoorschriften voor werkzaamheden aan of in de nabijheid van elektrische installaties, van zeer lage spanning tot hoogspanning. Het ontwerp van koninklijk besluit wijkt gedeeltelijk af van de structuur en formulering van de norm NBN EN 50110-1 om de regels beter toepasbaar te maken voor alle soorten elektrische installaties en gebruikers.
De nieuwe structuur moet bruikbaar zijn voor werkgevers, werknemers, zelfstandigen én particulieren.
Het ontwerp introduceert onder meer:
Hoewel de Hoge Raad zich kan vinden in de doelstelling om de regelgeving toegankelijker te maken, wordt benadrukt dat dit nooit mag leiden tot een lager beschermingsniveau voor werknemers.
Volgens de Raad moet eerst duidelijk worden aangetoond dat de voorgestelde wijzigingen geen afbreuk doen aan de bestaande bescherming die het AREI en de welzijnswetgeving vandaag bieden. Indien nodig moeten aanvullende bepalingen worden opgenomen in de regelgeving over welzijn op het werk.
De Hoge Raad vraagt de bevoegde administraties om uitgebreide toelichtingen te voorzien over verschillende onderdelen van de nieuwe regelgeving. Daarbij gaat bijzondere aandacht naar:
Volgens de Hoge Raad zijn duidelijke richtlijnen noodzakelijk om interpretatieverschillen op het terrein te vermijden.
Daarnaast vraagt de Hoge Raad om de terminologie in de Nederlandstalige en Franstalige teksten beter op elkaar af te stemmen. Ook binnen het AREI zelf moeten identieke begrippen consequent worden gebruikt, zodat er geen onduidelijkheid ontstaat over de toepassing van de regelgeving of over de verschillende soorten interventies.
Verder wijst de Hoge Raad erop dat bepaalde voorschriften over de aanleg van ondergrondse lijnen en kabels niet langer aansluiten bij de huidige praktijk. Er wordt gevraagd om deze bepalingen zo snel mogelijk te actualiseren op basis van de hedendaagse technieken en goede praktijken binnen de sector.
Ook eventuele wijzigingen aan de bekwaamheidsniveaus BA4 en BA5 moeten volgens de Raad op een consistente manier in het volledige AREI worden doorgevoerd en afgestemd blijven op de welzijnswetgeving.
Voor preventieadviseurs is dit advies vooral een signaal dat de regelgeving rond veilig werken aan elektrische installaties verder evolueert. De Hoge Raad ondersteunt de modernisering van hoofdstuk 9.3 van het AREI, maar vraagt tegelijk voldoende rechtszekerheid, duidelijke definities en een goede afstemming met de welzijnswetgeving.
Zodra het gewijzigde koninklijk besluit definitief wordt goedgekeurd, zullen organisaties mogelijk hun procedures, opleidingen en afspraken rond elektrische werkzaamheden moeten evalueren en waar nodig aanpassen.