
Een Finse doctoraatsonderzoek onderzocht hoe ergonomie bijdraagt aan productiviteit, welzijn en financiële prestaties van productiebedrijven. Het onderzoek combineerde een bevraging van 42 Finse productiebedrijven met interviews en een longitudinale casestudy in een productiebedrijf over de periode 2018–2022.
Uit het onderzoek blijkt dat productiebedrijven ergonomie slechts in beperkte mate inzetten om welzijn, productiviteit en het beheer van fysieke belasting te verbeteren. Dat komt volgens het onderzoek niet zozeer door een gebrek aan bereidheid bij bedrijven. Expertise, samenwerkingsstructuren en het gebruik van data vormen belangrijke knelpunten.
Ook blijkt ergonomie op een andere manier te worden benaderd binnen organisaties. Werknemers en preventieadviseurs kijken vooral naar ergonomie op het niveau van het individu en de individuele werkplek. Het management ziet ergonomie eerder als een instrument voor de ontwikkeling van de organisatie.
Managers en preventieprofessionals kijken op een andere manier naar ergonomische data. Dat bleek uit verschillende focusgroepen. Het betrokken bedrijf beschikte namelijk over uitgebreide data over de fysieke belasting van de verschillende taken of werkposten. Een dashboard toonde de videobeelden met daarbij de duur van belastende houdingen, zoals werken boven schouderhoogte, vooroverbuigen en draaien met de rug, staan, zitten, hurken en tillen.
De preventieprofessionals gebruikten deze informatie vooral om de werkbaarheid van individuele werknemers te ondersteunen (microniveau). Het management gebruikte diezelfde data veel breder en koppelde ze aan bedrijfsvoering en prestaties. Het was een instrument om beslissingen over investeringen te onderbouwen, zoals robots en nieuwe technologieën. Fysieke belasting werd gezien als onderdeel van duurzaam ondernemen (macroniveau).
Dezelfde ergonomische data krijgen dus een andere betekenis naargelang het organisatieniveau. Op microniveau ondersteunen ze gezondheid, werkvermogen en aanpassingen van individuele werkzaamheden. Op macroniveau kan dezelfde informatie investeringen, technologiekeuzes, productieontwikkeling en bedrijfsresultaten ondersteunen. Ergonomische data krijgen pas hun volledige waarde wanneer ze niet geïsoleerd binnen preventie blijven, maar gekoppeld worden aan de besluitvorming over het volledige productiesysteem.
De resultaten tonen de nood om een shift te maken van individuele ergonomische adviezen naar een systematisch ontwerp van werkplekken en processen. Ergonomie moet meer op tafel komen bij het het management en bij de productieplanning.Vandaag is ergonomie vooral een ondersteunende activiteit rond gezondheid en minder een onderdeel van het ontwerpen en verbeteren van productiesystemen. De professionals uit de arbeidsgezondheidszorg hebben echter geen formele beslissingsbevoegdheid, waardoor ergonomische kennis moeilijker doordringt tot productie en management. Het potentieel van ergonomie wordt daardoor onvoldoende benut.
De systematische toepassing van ergonomie levert ook effectief resultaten op. In een casestudie over vijf jaar werden twee afdelingen van hetzelfde bedrijf vergeleken: een assemblagelijn en een lasafdeling. Beide afdelingen hadden fysiek belastend werk, maar investeerden op een andere manier in ergonomie.
Deze vergelijking is interessant omdat ze laat zien dat productiviteit en een lagere fysieke belasting niet noodzakelijk tegengestelde doelstellingen zijn. Op de assemblagelijn gingen systematische verbeteringen samen met een lagere fysieke belasting, minder ergonomisch verzuim, een hogere productiviteit en betere financiële resultaten. Een sterke samenhang betekent echter nog geen causaliteit, maar welzijn en prestatie kunnen wel hand in hand gaan.
Ergonomie moet dus inzetten op zijn dubbel doel van gezondheid en prestatie. Door ook de taal van het management te spreken, kan de ergonoom meer structurele veranderingen realiseren door input te geven bij nieuwe ontwerpen, investeringen en technologieën.