
Dat vertelt Jelmer ten Hoeve, algemeen directeur bij Seeh. Daarmee verdwijnt in de praktijk de bescherming en dus ook de NEN-EN 136:1998.
NEN-EN 136:1998 is de Europese norm voor volgelaatsmaskers. Deze norm stelt eisen aan de constructie, het materiaal en de afdichting van het masker. Een volgelaatsmasker dat hieraan voldoet, is getest op een volledige afsluiting langs het hele gezicht: voorhoofd, wangen, neus en kin.
Die afsluiting is de kern van de bescherming. Een volgelaatsmasker houdt gevaarlijke deeltjes buiten, maar alleen als er geen alternatieve route naar binnen bestaat. Lekkage langs de rand maakt de filterwerking irrelevant, ongeacht hoe goed het filter is.
"Een gewone bril heeft pootjes", begint Ten Hoeve zijn verhaal. "Deze pootjes lopen langs de zijkanten van het hoofd, precies door de afdichtingszone van het masker. Hoe dun de pootjes ook zijn, ze creëren een opening tussen het masker en de huid. Via die opening kunnen gevaarlijke stoffen, dampen of fijnstof binnenkomen."
Dit is geen theoretisch risico. Brandweer Nederland beschrijft dit in een officiële handreiking als een concreet veiligheidsrisico voor maskerdragers met een bril. "Wanneer het gelaatsmasker niet goed functioneert (lekt), loopt de drager onnodige risico's", aldus Brandweer Nederland.
Maskerdragers en werkgevers kiezen soms bewust voor een montuur met dunne metalen of plastic pootjes, in de veronderstelling dat de lekkage dan verwaarloosbaar is. Dit is echter een halve maatregel die het probleem niet oplost.
NEN-EN 136:1998 vereist namelijk een afdichting die getest en aantoonbaar afgesloten is. "Een werkgever die zijn medewerker met een eigen bril onder een volgelaatsmasker laat werken, biedt geen aantoonbaar gecertificeerde bescherming. Het masker verliest zijn CE-gecertificeerde werking zodra de afdichting niet langer intact is. Daarmee handelt de werkgever in strijd met de Arbowet en het Warenwetbesluit persoonlijke beschermingsmiddelen.”
De Arbowet verplicht werkgevers om medewerkers te voorzien van persoonlijke beschermingsmiddelen die passen bij de risico's van de werkplek en die correct functioneren. Een volgelaatsmasker waarvan de afdichting wordt verstoord door brillenpootjes, voldoet niet meer aan die verplichting.
Waar gewone brillen en brillen met dunne pootjes zorgen voor veiligheidsrisico’s, is dat bij maskerbrillen op sterkte niet het geval. Een maskerbril is een brilmontuur zonder pootjes, dat speciaal is ontworpen voor volgelaatsmaskers. De gebruiker kan de maskerbril eenvoudig aan de binnenkant van het masker ‘klikken’ op vaste aansluitpunten. Omdat maskerbrillen geen pootjes hebben, blijft de afdichting van het volgelaatsmasker intact en komt de bescherming niet in het gedrang.
Het proces begint met een oogmeting; die bepaalt de sterkte van de glazen. Vervolgens kan het juiste inlegmontuur op basis van het maskermodel van de medewerker worden geselecteerd. De glazen worden op sterkte geslepen, in het montuur geplaatst en geleverd inclusief instructie voor plaatsing in het masker.
In Nederland komen de meest gebruikte volgelaatsmaskers van fabrikanten zoals MSA Safety en Dräger. Ten Hoeve vertelt dat deze merken specifieke inlegmonturen voor hun maskermodellen leveren. Een montuur past alleen op het maskermodel waarvoor het is ontwikkeld. "Het gebruik van een generiek montuur in een masker waarvoor dit niet bedoeld is, is technisch onjuist", waarschuwt hij. "Controleer dus altijd bij de leverancier van het masker of er een inlegmontuur beschikbaar is voor het betreffende model."