Kaderrichtlijn zonder details
In Richtlijn 89/656/EEG zul je de specifieke technische details over een "fit check" of "fit test" niet vinden. De richtlijn is namelijk een kaderrichtlijn die algemene minimumvoorschriften stelt voor het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM), maar de concrete technische uitwerking wordt overgelaten aan andere bronnen.
Artikel 4, lid 1, onder d, stelt inderdaad dat een PBM:
"na de nodige aanpassingen, geschikt [moet] zijn voor de drager."
Deze tekst legt de verantwoordelijkheid bij de werkgever om ervoor te zorgen dat het masker past, maar geeft geen instructies hoe je dat moet controleren. De richtlijn is "doelgericht": het resultaat (een passend masker) is verplicht, de methode niet.
Waar vind je die details dan wel?
Voor de praktische invulling van de "fit check" en "fit test" moet je naar drie andere bronnen kijken:
- Geharmoniseerde Europese normen (EN-normen): De technische specificaties voor ademhalingsbescherming staan in normen zoals EN 529 (Aanbevelingen voor selectie, gebruik, verzorging en onderhoud). Hierin worden procedures voor gelaatsafdichtingstesten (fit tests) uitgebreid beschreven. In de norm ISO 16975-3 Respiratory protective devices - Selection, use and maintenance, Part 3: Fit-Testing Procedures, staat een meer specifieke omschrijving hoe deze fit testen best worden uitgevoerd.
- De gebruiksaanwijzing van de fabrikant: Volgens de Europese PBM-Verordening (2016/425) is de fabrikant verplicht om gedetailleerde instructies te leveren over hoe het masker moet worden aangepast en gecontroleerd op lekken (de fit check).
- Codex over het welzijn op het werk, Boek IX, Titel 2 (Persoonlijke beschermingsmiddelen): de omzetting van de Europese richtlijn 89/656/EEG in Belgische wetgeving. In Artikel IX.2-10 van de Codex wordt de verplichting uit de richtlijn herhaald. Er staat dat een PBM moet: "2° beantwoorden aan de bestaande omstandigheden op de arbeidsplaats;" "3° rekening houden met de ergonomische eisen en de vereisten met betrekking tot de gezondheid van de werknemers;" "4° na de nodige aanpassingen, geschikt zijn voor de drager."
Verschil tussen Fit Check en Fit Test
In de praktijk wordt in de technische gidsen (die de richtlijn aanvullen) dit onderscheid gemaakt:
Details over de "Fit Check" in België
De technische details van hoe je een fit check uitvoert staan niet letterlijk in de tekst van de Codex zelf. De Codex legt de resultaatverbintenis vast (het masker moet passen). Voor de uitvoering verwijst de Belgische wetgeving (via de algemene preventiebeginselen) naar:
- De instructies van de fabrikant: Artikel IX.2-21 stelt dat werknemers moeten worden opgeleid in het gebruik, en dat houdt in dat ze de methode van de fabrikant moeten volgen om de goede afsluiting te controleren (de dagelijkse fit check).
- De stand van de techniek: In België wordt voor ademhalingsbescherming sterk gesteund op de praktijkrichtlijnen van de FOD Werkgelegenheid. Zij adviseren voor nauwsluitende maskers (zoals FFP2, FFP3 of halfgelaatsmaskers) een Fit Test (kwalitatief of kwantitatief) bij de eerste ingebruikname en bij belangrijke wijzigingen.
Rol van de preventieadviseur
In de Belgische context (Art. IX.2-13) moet jij als preventieadviseur advies verlenen over de keuze van het PBM. Hierbij wordt tegenwoordig (zeker na de ervaringen in de zorg en industrie) algemeen aanvaard dat een Fit Test-protocol deel uitmaakt van de "geschiktheid voor de drager". Let hierbij ook op de gezichtsbeharing die mogelijks aanwezig is bij de gebruiker.
Meer informatie
Bron: NVVA, Europese Commissie