Enquêtes woon-werkverkeer
De enquêtes over het woon-werkverkeer zijn federale enquêtes die door de FOD Mobiliteit en Vervoer worden georganiseerd en die om de drie jaar plaatsvinden. Als gevolg van de covid-19-gezondheidscrisis werd de enquête van 2020 met een jaar uitgesteld. Zij hebben betrekking op de woon-werkverplaatsingen van alle werknemers die in dienst zijn van een onderneming (publiek of privaat) of een overheidsdienst in België die gemiddeld meer dan 100 personen in dienst heeft.
Het verslag 2024-2025
In 2024 en 2025 is de federale enquête over het woon-werkverkeer voor de 7e keer sinds 2005 uitgevoerd. Dit gebeurde tussen 30 juni 2024 en 28 februari 2025.
Publieke en private werkgevers in België met meer dan 100 werknemers in dienst waren verplicht deel een vragenlijst in te vullen voor elk van hun vestigingen waar ten minste 30 personen werkzaam zijn. In totaal hebben 4.102 verschillende werkgevers deelgenomen aan de enquête, goed voor 10.825 vestigingen en ongeveer 1,8 miljoen werknemers.
Belangrijkste trends
- Verdubbeling van het modale aandeel van de fiets over 20 jaar. In België steeg het modale aandeel van 7,8% in 2005 naar 16,5% in 2024. In Vlaanderen gaat vandaag 24,0% van de werknemers met de fiets naar het werk, in Brussel 9,4% en in Wallonië 3,3%. Het aandeel van het openbaar vervoer in het woon-werkverkeer blijft al 20 jaar vrijwel stabiel. In 2024 bedraagt het modale aandeel 10,1% voor de trein en 6,5% voor metro, tram en bus. Deze laatste editie hebben de actieve modi, fietsen en wandelen, het openbaar vervoer voorbijgestoken voor het woon-werkverkeer. Het gemotoriseerde privévervoer (wagen, carpool en motorfiets) daalt editie na editie. Over een periode van 20 jaar zakt het aandeel van de wagen met 8% van 66,8% naar 61,4%.
- Duurzame modi zijn sterker vertegenwoordigd binnen de steden. Als we de modale verdeling analyseren voor de factor stedelijke/niet-stedelijk, zien we dat de duurzame modi (openbaar vervoer en actieve modi) het sterkst vertegenwoordigd zijn binnen de steden. De verklaring hiervoor is enerzijds het openbaarvervoernetwerk dat er fijnmaziger en beter toegankelijk is en anderzijds de sterkere evolutie van het gebruik van de fiets binnen de Belgische steden.
- De toegankelijkheid en de afstand zijn de belangrijkste factoren die invloed hebben op de modale verdeling. Er bestaat een sterk verband tussen de modale verdeling en de toegankelijkheid van het openbaar vervoer. Ook de afstand van de woon-werkverplaatsing beïnvloedt sterk de keuze van vervoerswijze.
- Het aantal maatregelen om de mobiliteit van de werknemers te verbeteren is sterk toegenomen. De voorbije 20 jaren nam de bewustwording onder de werkgevers van het belang van mobiliteit sterk toe. Zij nemen dan ook steeds meer initiatieven om de mobiliteit van de werknemers te verbeteren.
- Telewerk vermindert het aantal verplaatsingen. Een andere structurele verandering binnen de woon-werkverplaatsingen is de aanpassing van de organisatie van de werktijd naar een hybride vorm van werken met zowel dagen op de vestiging als telewerkdagen. Telewerk lost echter niet alle mobiliteitsproblemen op. Het modale aandeel van de wagen is de voorbije 20 jaar slechts licht gedaald, met 8,1%. Tegelijk zorgt de toename van het aantal werknemers in de actieve bevolking met 18% voor een gestage groei van het totale aantal verplaatsingen.
Persoonlijk rapport voor elke werkgever
Elke werkgever die de enquête over het woon-werkverkeer invult, heeft toegang tot zijn persoonlijk rapport. Dit laatste is beschikbaar voor elk van de vestigingseenheden die de werkgever in de applicatie heeft vermeld. De verslagen bevatten de cijfers van de vestigingseenheid sinds 2005. Zij geven ook voorbeelden van maatregelen voor duurzame mobiliteit die kunnen worden toegepast afhankelijk van de vestiging en haar resultaten.
Handleiding met goede praktijken
Werkgevers kunnen ook de volledige handleiding met goede praktijken voor woon-werkverplaatsingen raadplegen. Deze gids helpt zowel nieuwe als ervaren mobiliteitsmanagers concrete stappen te zetten naar een duurzamer en efficiënter woon-werkverkeer.
Meer informatie
Bron: FOD Mobiliteit en Vervoer