
Dat klinkt administratief neutraal, maar de Nationale Arbeidsraad (NAR) en de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het Werk trekken in een unaniem advies van 17 maart 2026 aan de alarmbel. Hun kernboodschap: de fusie dreigt het welzijnsbeleid en de sociale dialoog te ondermijnen, niet te versterken.
Het regeerakkoord 2025-2029 voorziet in een grondige hertekening van de federale overheid. De drie betrokken instellingen moeten fuseren tot een nieuwe FOD, met als deadline 2029. Het actieplan dat ter advies werd voorgelegd, beschrijft het traject maar laat cruciale vragen open: welke kerntaken worden gewaarborgd, hoe verhoudt het welzijnsluik zich tot sociale zekerheid en maatschappelijke integratie, en wat blijft er over van de specifieke expertise die nu in elk van de drie diensten leeft?
De Raden zijn niet principieel tegen een fusie. Maar ze stellen vast dat het plan hoofdzakelijk door besparingen wordt gedreven: een jaarlijkse lineaire besparing van 1,8%, structurele besparingen van 150 miljoen euro door reorganisatie, en een bijkomende besparing van 175 miljoen euro via selectieve personeelsvervanging. Die laatste maatregel zou er toe leiden dat slechts 1 op de 15 vertrekkende ambtenaren vervangen wordt. De Raden vragen met aandrang dat die derde besparingsronde niet wordt doorgevoerd.
Het advies maakt een punt dat elke preventieadviseur zou moeten onderschrijven: de inspecteurs die toezicht houden op welzijn op het werk zijn geen generieke controleurs. Ze beschikken over specifieke opleiding, kennen de Codex, gaan dialoog aan met werkgevers en preventiediensten, en vervullen een informerende en sensibiliserende rol naast hun handhavingstaak. Die combinatie is precies wat effectief werkt op het terrein.
Een fusie van de inspectiediensten houdt het risico in dat die specialisatie verdunt. Wie welzijn opvolgt als één van vele bevoegdheden in een brede inspectie, zal minder diepgang hebben op asbest, op psychosociale risico's, op ATEX-zones of op re-integratietrajecten. De IAO hanteert als benchmark 1 arbeidsinspecteur per 10.000 werknemers. België haalt die norm nu al niet, en bezuinigingen maken het er niet beter op.
Het secretariaat van de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het Werk is formeel verankerd in de afdeling Humanisering van de Arbeid van de FOD WASO. Dat is geen toeval: de Hoge Raad adviseert over technisch complexe welzijnsmateries (asbest, elektrische installaties, kankerverwekkende stoffen, psychosociale risico's), en heeft daarvoor constante toegang nodig tot juridische, wetenschappelijke en technische expertise van ambtenaren die precies die dossiers kennen.
In een fusieorganisatie dreigt die verankering verloren te gaan. De Raden vragen expliciet dat de organisatorische autonomie van het secretariaat bewaard blijft, en dat de nieuwe FOD de naam "Sociaal Overleg" bevat zodat die opdracht institutioneel zichtbaar blijft. Dat is niet symbolisch: namen en structuren bepalen welke budgetten, mensen en aandacht een thema krijgt.
De Raden wijzen op een mechanisme dat zich al eerder bij overheidshervormingen heeft voorgedaan: als arbeidsvoorwaarden verslechteren en carrièremogelijkheden slinken, wijken gespecialiseerde medewerkers uit naar de private sector of naar andere overheidsdiensten met betere perspectieven. De expertise die ze meenemen, is zelden snel vervangbaar.
Voor de preventiesector is dat concreet. De ambtenaren die de Codex up-to-date houden, die KB's over psychosociale risico's of re-integratie uitwerken, die de pilootprojecten burn-outpreventie begeleiden of die advies verlenen over ontslagprocedures wegens medische overmacht: zij zijn de stille infrastructuur waarop de dagelijkse praktijk van preventieadviseurs steunt. Als die infrastructuur eroderen, voelen adviseurs en HR-professionals dat op termijn in de kwaliteit van de regelgeving en de ondersteuning die ze verwachten.
Het advies van de Raden beschrijft ook wat het actieplan niet bevat. Er staat niets over hoe de CPBW's worden ondersteund na de fusie. Er is geen concrete uitwerking van hoe sectoraal overleg en collectieve onderhandelingen worden begeleid. De geplande Algemene Directie voor sociaal overleg werd mondeling aangekondigd maar staat nergens in het document. En de retroplanning toont dat de kerntaken pas één jaar na de adviesvraag worden vastgelegd, terwijl de besparingsmaatregelen al lopen.
Dat contrast is veelzeggend. Besparingen zijn concreet en onmiddellijk. De inhoudelijke waarborgen zijn vaag en uitgesteld. Voor wie de kwaliteit van het welzijnsbeleid in België wil bewaken, is dat een reden tot waakzaamheid.
De Raden sluiten hun advies niet af met een principiële veroordeling van de fusie. Ze vragen waarborgen, transparantie en een realistisch besparingstempo. Maar de urgentie in de tekst is voelbaar: de combinatie van drie opeenvolgende besparingsrondes, een ambitieuze herstructurering en een retroplanning die inhoudelijke uitwerking uitstelt, creëert een situatie waarin de kwaliteit van het welzijnsbeleid structureel kan eroderen zonder dat iemand dat formeel besloten heeft.