
De ‘European Working Conditions Survey’ wordt sinds 1990 uitgevoerd door de Europese Stichting tot Verbetering van de Levens- en Arbeidsomstandigheden (Eurofound) en brengt de arbeidsomstandigheden van werknemers en zelfstandigen in Europa in kaart. Voor dit onderzoek werden de gegevens van ongeveer 2.000 werknemers in België, verzameld door Eurofound, geanalyseerd en vergeleken met vorige metingen uit 2010, 2015 en 2021.
Het rapport werd recent voorgesteld tijdens de Conferentie Jobkwaliteit in België in 2024 (de livestream van het evenement zal binnenkort te herbekijken zijn). Het rapport biedt een diepgaande analyse van arbeidsomstandigheden, gezondheid en jobkwaliteit, alsook van de evoluties sinds 2010.
De update van de “Datamining”-website“Datamining”-website over beroepsrisico’s en arbeidsomstandigheden
De resultaten tonen een gemengd beeld. Voor bepaalde jobkenmerken zijn er verbeteringen merkbaar, maar tegelijk wijzen meerdere indicatoren op een verslechtering van de gezondheid en het welzijn van werknemers.
Een van de meest opvallende bevindingen is de sterke toename van musculoskeletale aandoeningen (MSA). In 2024 rapporteert 79% van de werknemers minstens één MSA‑klacht in de afgelopen twaalf maanden. Rug-, nek- en schouderklachten komen bijzonder vaak voor, en steeds meer werknemers geven aan meerdere klachten tegelijk te hebben. Vrouwen, oudere werknemers en lager opgeleiden blijken extra kwetsbaar.
Ook op het vlak van mentaal welzijn is de situatie zorgwekkend. Na een piek in 2015 tonen de cijfers van 2024 een duidelijke terugval, met hoge niveaus van stress en mentale uitputting. Vooral vrouwen, werknemers tussen 45 en 54 jaar, hoger opgeleiden en werknemers in de publieke sector worden hierbij getroffen.
Het rapport hanteert een globale benadering van jobkwaliteit en onderscheidt via een clusteranalyse zes profielen van kwaliteit van de arbeid en tewerkstelling in België:
Werknemers in de profielen ‘verrijkt en kwalitatief hoogstaand werk’ en ‘autonoom werk’ vertonen systematisch de beste scores op vlak van gezondheid en psychologisch welzijn. Daarentegen gaan ‘digitaal intensief werk’ en vooral ‘werk van lage kwaliteit’ samen met duidelijk lagere niveaus van fysiek en mentaal welzijn.
Een apart hoofdstuk behandelt de rol van technologie in de evolutie van werk. De resultaten tonen aan dat digitalisering zelden leidt tot het verminderen van taken, maar vaker tot een herstructurering van het werk. Veel werknemers geven aan dat technologie nieuwe taken met zich meebrengt, zoals coördinatie, administratie, opvolging en communicatie.
Het rapport benadrukt het risico op “onzichtbaar werk” dat vaak weinig erkend wordt, maar wel de werkdruk verhoogt en de aandacht versnippert.
Het hoofdstuk nodigt uit om voorbij een eenvoudige tegenstelling tussen technologische vooruitgang en risico’s te kijken. Niet de technologie op zich, maar het sociaal‑organisatorisch ontwerp van digitalisering blijkt doorslaggevend voor de kwaliteit van arbeid. Het doel moet niet alleen zijn om tools te moderniseren, maar om ervoor te zorgen dat digitale transformatie daadwerkelijk en duurzaam bijdraagt aan een betere kwaliteit van werk.
Het onderzoek besteedt ook aandacht aan de arbeidsomstandigheden van oudere werknemers. Werknemers van 50 jaar en ouder worden gemiddeld minder blootgesteld aan hoge werkdruk en zware fysieke belasting, al zijn er duidelijke genderverschillen en blijven er wel een aantal aandachtspunten bestaan.
Het rapport benadrukt het belang van een aanpassing van de arbeidsomstandigheden en de organisatie van het werk aan het ouder worden. Het verminderen van fysieke belasting en werktempo, het voorkomen van musculoskeletale aandoeningen en het faciliteren van interne mobiliteit naar minder belastende functies zijn belangrijke hefbomen.
Ten slotte zoomt het onderzoek in op de prevalentie en spreiding van precair werk en kwetsbare werknemers. Precair werk wordt hierbij opgevat rond zes dimensies, als een multidimensionaal concept bestaande uit verschillende ongunstige aspecten van de arbeidsvoorwaarden en -verhoudingen.
Jongeren, kortgeschoolden, werknemers met een migratieachtergrond, werknemers in dienstverlenende en elementaire beroepen en werknemers in kleinere organisaties lopen een verhoogd risico op precaire tewerkstelling. Precariteit blijkt sterk samen te hangen met de arbeidsinhoud en de arbeidsomstandigheden: lage autonomie, lagere beoordeling van de kwaliteit van het management, beperkte sociale steun, minder taakcomplexiteit en een hogere blootstelling aan MSA.
In mei 2024 lanceerde de FOD Werkgelegenheid een nieuwe website die het merendeel van de Belgische gegevens over beroepsrisico's en arbeidsomstandigheden centraliseert.
Voor de allereerste keer in België brengt een website de gegevens uit verschillende bronnen samen en stelt ze digitaal ter beschikking van een zo groot mogelijk aantal belanghebbenden (politieke besluitvormers, sociale partners, deskundigen, bedrijven).
De site presenteert meer dan 500 indicatoren, die zijn onderverdeeld in drie hoofdthema’s aangaande beroepsrisico’s: