
Een ziekenhuishulp in de dienst nucleaire geneeskunde struikelde op 6 oktober 2021 toen ze naar het keukentje liep. Haar enkel zwikte, de pijn bleef, maar ze werkte door in de veronderstelling dat het een lichte verstuiking was. Pas anderhalve maand later, na aandringen van collega’s om het te laten nakijken en een echografie, bleek er een scheur in de peesstructuur van de linkerenkel. Er volgde een operatie en een lange periode arbeidsongeschiktheid.
Het ziekenhuis, dat als publieke werkgever zelf over de erkenning beslist en Ethias als mandataris inschakelde, weigerde het ongeval te erkennen. De arbeidsrechtbank volgde die weigering nog. Maar in beroep draaide het hof de zaak volledig om. Het loont om te bekijken op welke gronden.
In verschillende verklaringen sprak de ziekenhuismedewerker over struikelen, wegzakken van de enkel, vallen en opgevangen worden door een collega. Voor het ziekenhuis waren dat evolutieve, tegenstrijdige verklaringen die de geloofwaardigheid ondermijnden. Volgens het Arbeidshof betekenen die verschillende formuleringen niet noodzakelijk dat de verklaringen tegenstrijdig zijn. De kern van het verhaal bleef volgens het hof dezelfde: de werkneemster was gestruikeld.
Variatie in woordkeuze is geen tegenstrijdigheid. Doorslaggevend is of de kern van het relaas constant blijft en of de randdetails de geloofwaardigheid echt aantasten, niet of elke formulering identiek is.
De werknemer meldde het ongeval pas ongeveer anderhalve maand later. Ze was ervan uitgegaan dat het om een lichte verstuiking ging en bleef aanvankelijk aan het werk. Ook dit argument volstond volgens het hof niet om het arbeidsongeval af te wijzen. De wet legt geen termijn op aan het slachtoffer om een arbeidsongeval te melden. Dat staat echter volledig los van de aangifteplicht die op de werkgever rust.
Het derde verwijt raakt de kern van het begrip arbeidsongeval. Het ziekenhuis argumenteerde dat een enkel die spontaan wegzakt geen onvoorziene gebeurtenis is, maar een spontaan letsel: een banaal, alledaags gebaar zonder externe inwerking. Het hof oordeelde dat een val, uitschuiver, evenwichtsverlies of verzwikking op zichzelf een onvoorziene gebeurtenis kan vormen. Daarvoor is niet noodzakelijk een externe oorzaak vereist.
Het arrest maakt duidelijk dat bij de beoordeling van een arbeidsongeval naar het volledige dossier moet worden gekeken. Een afwijking in de formulering van een verklaring, een laattijdige melding of het ontbreken van een externe oorzaak zijn op zichzelf niet noodzakelijk voldoende om een arbeidsongeval te weigeren. Voor preventieadviseurs en andere betrokkenen bij arbeidsongevallen is een zorgvuldige feitenverzameling en bewijsvoering daarom belangrijk.