
Sinds de hervorming van 2016 zijn de tarieven van externe preventiediensten strikt gereguleerd. De bedoeling was helder: transparantie creëren, een minimumdienstverlening garanderen en oneigenlijke concurrentie vermijden. In ruil voor de verplichte bijdrage krijgen werkgevers een wettelijk vastgelegd pakket preventiediensten.
Die tarieven worden jaarlijks aangepast op basis van de gezondheidsindex, zodat de financiering van preventie gelijke tred houdt met de algemene kostenontwikkeling.
De jaarlijkse aanpassing van de minimumtarieven ligt vast in boek II, titel 3 van de Codex Welzijn op het Werk. De koppeling gebeurt aan de gezondheidsindex, een variant van de consumptieprijsindex waarin onder meer tabak en brandstoffen buiten beschouwing blijven.
Zodra een spilindex wordt overschreden, volgen aanpassingen. Die gaan telkens in op 1 januari en gelden voor het volledige kalenderjaar. Onderhandelen over de indexering zelf is dus geen optie; het enige debat gaat over de manier waarop men ermee omgaat.
De tariferingsregeling staat ook beschreven op de website van de FOD WASO.
Waar eerdere ramingen nog uitgingen van een overschrijding in januari, werd de spilindex uiteindelijk al in december bereikt. Het gevolg is duidelijk:
Voor de bijdrage per preventie-eenheid betekent dit een merkbaardere stijging dan initieel voorzien. Geen schokgolf, maar wel voldoende om vragen te krijgen aan de (preventie)tafel.
Geactualiseerde tarieven voor 2026
Op basis van de 4,04% indexering resulteert dit in volgende minimumtarieven (afrondingsverschillen mogelijk):
Minder dan of 5 werknemers: €47,78
Meer dan 5 werknemers: €55,85
Minder dan of 5 werknemers: €69,31
Meer dan 5 werknemers: €81,43
Minder dan of 5 werknemers: €86,14
Meer dan 5 werknemers: €101,62
Minder dan of 5 werknemers: €109,02
Meer dan 5 werknemers: €128,53
Minder dan of 5 werknemers: €127,86
Meer dan 5 werknemers: €150,74