
Nieuwjaarsrecepties versterken verbinding en waardering, maar ze brengen ook risico’s mee. Wanneer een werkgever alcohol aanbiedt op een personeelsevenement en een werknemer veroorzaakt nadien onder invloed een ongeval, kan de organisator geheel of gedeeltelijk aansprakelijk worden gesteld. De juridische toetssteen is klassiek: heeft de werkgever gehandeld als een normaal voorzichtige en zorgvuldige organisator?
De rechtspraak is hier niet theoretisch. Zo werd in een bekend voorbeeld een café-uitbater aansprakelijk gesteld omdat hij bleef schenken aan een zichtbaar dronken klant en niets ondernam om te vermijden dat die met de wagen vertrok. Die redenering kan ook spelen bij bedrijfsevenementen, zeker wanneer alcohol actief wordt aangeboden.
Een juridische nuance: als werknemers zelf alcohol meebrengen en consumeren, ligt de verantwoordelijkheid anders. Maar "anders" betekent niet automatisch "geen". De concrete omstandigheden blijven doorslaggevend.
Naast burgerrechtelijke aansprakelijkheid kan er ook een strafrechtelijk luik zijn. De bestuurder onder invloed riskeert vervolging, bijvoorbeeld bij ernstige ongevallen. De werkgever kan daarbij indirect betrokken raken, onder meer via de burgerrechtelijke aansprakelijkheid voor de betaling van een opgelegde geldboete. Dat is geen doemscenario, wel een reden om preventie ernstig te nemen.
Los van aansprakelijkheidsvragen zijn er duidelijke wettelijke grenzen. Geen alcohol aan min-zestienjarigen, geen sterke drank aan min-achttienjarigen, en geen alcohol schenken aan zichtbaar dronken personen. Dat zijn minimumvereisten. Van werkgevers wordt bovendien verwacht dat zij actief maatregelen nemen om risico’s te beperken. Wie enkel "de wet volgt" maar geen context creëert, loopt alsnog risico.
Goede preventie begint vóór het eerste glas. Een paar aandachtspunten maken meteen verschil, zoals de BOB-reflex ook stelt.
De eerste vraag is eenvoudig maar essentieel: moet er überhaupt alcohol zijn? Zo ja, zorg dan dat niet-alcoholische alternatieven even aantrekkelijk, zichtbaar en gevarieerd zijn. Alcoholvrij als volwaardig aanbod, niet als schaamlapje naast de bar.
Communiceer vooraf duidelijk dat iedereen een BOB-plan heeft. Dat hoeft niet belerend te zijn. Een zin in de uitnodiging volstaat vaak. Leidinggevenden doen hier wat ze altijd doen: tonen wat normaal is, door zelf het voorbeeld te geven.
Voorzie ook een concreet "wat-als"-plan. Denk aan taxi-informatie, een bring-home service of lokale overnachtingsmogelijkheden. Actief verhinderen dat iemand onder invloed achter het stuur kruipt, is geen betutteling maar verantwoord handelen. Zelfs na een hotelovernachting blijft voorzichtigheid nodig: alcohol verdwijnt soms trager uit het lichaam dan veel mensen denken.
Wie het evenement koppelt aan een opleidingsdag, kan zelfs creatief zijn. Een korte BOB-workshop werkt vaak beter dan een vermanende affiche.
Losse maatregelen werken beter wanneer ze passen binnen een duidelijk kader. Het is zinvol om verwachtingen vast te leggen in interne beleidsdocumenten, zoals de arbeidsovereenkomst, een car policy of het arbeidsreglement. Daarin kan bijvoorbeeld worden opgenomen dat werknemers nooit onder invloed rijden met een bedrijfswagen, noch tijdens werkverplaatsingen, noch van en naar het werk. Door dit expliciet te maken, creëer je duidelijkheid én een basis om op te treden bij overtredingen.
Ook het preventief alcohol- en drugsbeleid van de onderneming, zoals voorzien in de CAO nr. 100, is hier relevant. Dat beleid biedt ruimte om afspraken te maken over preventie, begeleiding en, indien nodig, alcoholtests. Niet als controle-instrument, wel als onderdeel van een coherent welzijnsbeleid.
Een nieuwjaarsreceptie zonder risico’s bestaat niet. Maar een receptie zonder nadenken is vandaag moeilijk te verantwoorden. Preventie hoeft de gezelligheid niet te ondermijnen. Integendeel: duidelijke keuzes en heldere verwachtingen zorgen net voor rust.