
Naar aanleiding van Werelddag zonder Tabak (31 mei) benadrukt Sciensano dat het gebruik van tabak en nicotine, inclusief nieuwe producten, een belangrijke uitdaging voor de volksgezondheid blijft, met veranderende consumptiepatronen en aanhoudende sociale ongelijkheden, zowel in het gebruik zelf als in de impact ervan op de gezondheid.
Recente resultaten van de Belgische Gezondheidsenquête tonen aan dat ongeveer 13% van de Belgische bevolking dagelijks rookt. Op basis van deze gegevens analyseerde Sciensano de evolutie van het tabaksgebruik en de impact ervan op gezondheid en gezondheidszorg.
Deze analyses tonen aan dat roken bijdraagt aan kanker, cardiovasculaire aandoeningen en chronische luchtwegaandoeningen. Het blijft een van de belangrijkste oorzaken van vermijdbare sterfte in België. Ondanks de daling van het aantal rokers treft het roken van sigaretten nog steeds duizenden mensen per jaar en is het verantwoordelijk voor ongeveer 8% van alle sterfgevallen in België.
De impact van roken blijft sociaal ongelijk verdeeld: het aantal rokers en de gerelateerde schade zijn hoger bij mannen, in Brussel en Wallonië, en bij lager opgeleide bevolkingsgroepen. Volgens het SUBOD-project, uitgevoerd samen met de Universiteit Gent en ondersteund door BELSPO, werden de gezondheidszorgkosten gelinkt aan dagelijks roken in België in 2018 geraamd op ongeveer 533 miljoen euro.
België heeft zich ertoe verbonden het tabaksgebruik drastisch te verminderen en te ontmoedigen dat jongeren beginnen met roken, met de ambitie om tegen 2040 een ‘rookvrije generatie’ te creëren.
Op basis van gegevens uit de Gezondheidsenquête ontwikkelde Sciensano voorspellingsmodellen om toekomstige rooktrends in België te ramen, op basis van het huidige gedrag en beleid. Die projecties suggereren dat roken de komende jaren verder zal dalen, zonder dat die daling volstaat om de nationale doelstellingen te bereiken.
Tegelijkertijd evolueren de patronen van nicotinegebruik, vooral bij jongeren. Een deel van de daling van het tabaksgebruik zou kunnen wijzen op een verschuiving naar opkomende nicotineproducten, met name e-sigaretten, waarvan het gebruik bij jongeren toeneemt. “Dit creëert een dubbele epidemie waarbij traditioneel roken en nieuwe nicotineproducten naast elkaar bestaan. Als we zowel traditioneel roken als nieuwe nicotineproducten niet aanpakken, riskeren we dezelfde gezondheidslast in een andere vorm te behouden”, verklaart Brecht Devleesschauwer, epidemioloog bij Sciensano.
Sciensano onderzocht, in samenwerking met de FOD Volksgezondheid, hoe tabaksbeleid kan leiden tot meetbare gezondheidswinst. De analyses evalueerden maatregelen uit het Plan Rookvrije Generatie, waaronder het verminderen van de dichtheid van verkooppunten voor tabak, het verbieden van zichtbare tabaksproducten in verkooppunten en het verhogen van tabaksprijzen. “Beleidsmaatregelen die tabaksproducten minder zichtbaar, minder toegankelijk en duurder maken, behoren tot de meest effectieve manieren om roken te verminderen en tabaksgerelateerde ziekten en sterfgevallen in België te voorkomen”, aldus Brecht Devleesschauwer.
Sciensano benadrukt ook het belang van robuuste en transparante beschermingsmechanismen om ervoor te zorgen dat het tabaksbeleid gestuurd blijft door doelstellingen inzake volksgezondheid.
De steun van de bevolking voor strengere tabaksmaatregelen in België blijft hoog. Volgens de Vlaamse Preventiebarometer van 2025 steunde 77,8% van de bevolking grootschalige campagnes om rokers te helpen stoppen.
Deze resultaten tonen een sterke publieke steun voor ambitieuzere beleidsmaatregelen inzake preventie en ondersteuning bij rookstop. Hoewel er de voorbije jaren vooruitgang is geboekt, onder meer met de terugbetaling sinds juni 2025 van een geneesmiddel voor rookstop, blijven verschillende maatregelen uit de interfederale strategie voor versterking vatbaar. Dat geldt onder meer voor de systematisch rekening houden met het rookgedrag in het zorgtraject, een betere toegang tot rookstopondersteuning en het versterken van de kennis van gezondheidsprofessionals rond tabaksontwenning.
In België hebben alle werknemers sinds 1 januari 2006 recht op een werkplek zonder tabaksrook. Deze regel geldt voor alle werkgevers en alle werknemers. Hij geldt op de werkplek, voor sociale voorzieningen en in vervoermiddelen voor gemeenschappelijk vervoer van en naar het werk. Het doel is om het welzijn van werknemers te bevorderen.
Ook elektronische sigaretten zijn verboden op de werkplek, zelfs als ze geen tabak bevatten.
Werkgevers mogen een rookruimte voorzien. Dat kan alleen als het Comité voor preventie en bescherming op het werk (of, als dat er niet is, de syndicale afvaardiging of de werknemers zelf) een voorafgaand advies heeft uitgebracht.