
Momenteel voorziet artikel 14 van de wet van 22 december 2009 de mogelijkheid om binnen de onderneming een rookkamer te voorzien, na voorafgaand advies van het comité voor preventie en bescherming op het werk of de syndicale afvaardiging of de werknemers zelf in het kader van de rechtstreekse participatie. Ook de regeling van de toegang tot deze kamer tijdens de werkuren wordt vastgesteld na sociaal overleg in de onderneming.
Artikel 10 van bovenvermeld ontwerp van wet beoogt het afschaffen van deze mogelijkheid om een rookkamer te voorzien binnen de onderneming.
De Hoge Raad meent dat de in dit wetsontwerp voorziene afschaffing van de mogelijkheid tot het installeren van rookkamers in ondernemingen tot ongewenste effecten op de werkvloer kan leiden wanneer de mogelijkheid tot roken zelf aan banden zou worden gelegd. De Hoge Raad verstrekt dan ook een negatief advies betreffende de afschaffing van artikel 14 van de wet van 22 december 2009 en wenst hierover de volgende bedenkingen en aanbevelingen te formuleren.