
Het ontwerp-KB wijzigt Boek VI van de Codex Welzijn op het Werk en vertaalt nieuwe Europese limieten naar de Belgische praktijk. De focus ligt op drie assen: diisocyanaten, lood en een bredere definitie van mutagene agentia. Daarnaast duiken twee solventen op via REACH die je niet wilt missen in je inventaris.
Diisocyanaten: meten in NCO en grenzen omlaag
Alle diisocyanaten worden voortaan beoordeeld op basis van de NCO-functionele groep. De grenswaarden dalen en worden gefaseerd ingevoerd. Dat lijkt technisch, maar de impact is heel praktisch: wie met PUR-schuimen, coatings of lijmen werkt, zal sneller tegen meet- en beheersgrenzen aanlopen. Meten wordt geen formaliteit meer, maar een stuurinstrument voor je preventiebeleid.
Is je huidige meetstrategie NCO-gericht of nog stofspecifiek? Dat verschil kan het resultaat halveren of verdubbelen.
De luchtgrenswaarde voor lood daalt naar 0,03 mg/m³. Tegelijk wordt de biologische grenswaarde in bloed aangescherpt in twee stappen: eerst 30 µg/100 ml, daarna 15 µg/100 ml vanaf 2029.
Er is wel een overgangsregeling voor historische blootstelling, mits medische opvolging en dalende trends. Preventie wordt hier dus letterlijk trendanalyse. Eén meting zegt weinig; de curve vertelt het verhaal.
Lood is erkend als reprotoxisch zonder veilige drempel. De richtlijn schuift 4,5 µg Pb/100 ml bloed naar voren als waarschuwingswaarde ("verklikkermarker"). België wilde aanvankelijk een lagere nationale referentiewaarde gebruiken, maar de Hoge Raad vindt de wetenschappelijke basis daarvoor voorlopig onvoldoende.
Werkgeversvertegenwoordigers zien 4,5 als een signaalwaarde, geen harde uitsluitingsgrens. Werknemersvertegenwoordigers willen die waarde wél als grens hanteren voor nieuw aangeworven werkneemsters, met uitzonderingen voor historische gevallen. De kern van het debat: bescherming van het ongeboren kind versus risico op arbeidsmarktdiscriminatie. Preventieadviseurs zitten hier middenin, samen met de arbeidsarts. Dit wordt dus geen puur medisch vraagstuk, maar ook HR-beleid, jobdesign en communicatie.
Via REACH komen DMAC (N,N-dimethylacetamide) en NEP (1ethylpyrrolidine-2-on) explicieter in beeld met grenswaarden. Vooral in kunststof- en vezelproductie kunnen deze solventen een rol spelen. Heb je ze nog niet in je risicobeoordeling staan, dan is het nu het moment.
Dit advies duwt chemische preventie nog duidelijker richting geïntegreerd beheer: meten, biomonitoring, medische opvolging en organisatorische maatregelen moeten één verhaal vormen. Losse acties gaan het niet meer redden.
Dit dossier toont hoe chemische risico’s evolueren van puur technische meetkwesties naar ethische en organisatorische vraagstukken. Preventieadviseurs worden steeds vaker bruggenbouwers tussen wetenschap, regelgeving en werkvloerrealiteit.