
Op een gemiddelde werkdag in 2025 was 8,09 procent van de werknemers afwezig wegens ziekte. In 2024 ging het nog om een recordniveau van 8,49 procent. Dat blijkt uit een studie van Securex bij 22.583 werkgevers en 188.857 werknemers in de privésector.
Vooral het middellang absenteïsme – afwezigheden tussen één maand en één jaar – is sterk teruggelopen: van 2,58 procent in 2024 naar 2,30 procent in 2025. Ook het kortdurend absenteïsme (tot één maand) nam af, van 2,58 naar 2,43 procent. Het langdurig absenteïsme van meer dan een jaar blijft daarentegen hoog en stabiliseert zich op 3,35 procent, een historisch hoog niveau.
Volgens Securex valt de daling van het middellang absenteïsme deels te verklaren door betere opvolging. "We merken in de praktijk dat afwezige medewerkers sneller en gerichter worden opgevolgd", aldus Stephanie Heurterre, Senior HR-consultant bij Securex. "Werknemers voelen zich beter geïnformeerd en ondersteund, terwijl werkgevers en leidinggevenden actiever nadenken over re-integratiemogelijkheden. Die gezamenlijke bereidheid om het gesprek open te voeren, versterkt de kwaliteit van het re-integratieproces in de praktijk."
De afname van het absenteïsme is uitgesprokener bij arbeiders dan bij bedienden. Dat verschil kan volgens experts verklaard worden door de aard van de gezondheidsproblemen. "Bij arbeiders zijn de oorzaken vaker fysiek, terwijl bij bedienden psychosociale aandoeningen vaker de aanleiding zijn", legt Gianinna Ng, arts-directeur bij Onafhankelijke Ziekenfondsen (Helan), uit. "Fysieke aandoeningen bieden vaak een voorspelbaarder hersteltraject dan psychosociale aandoeningen en zijn beter gekend. De drempel om te re-integreren via deeltijdse werkhervatting bij dezelfde werkgever ligt hierdoor mogelijks lager dan bij sterk werkgerelateerde psychosociale klachten zoals burn-out."