
Het gaat dan niet om diversiteit op zich, maar om de manier waarop werk wordt georganiseerd: via discriminatie, onzekere contracten, hoge werkdruk, beperkte autonomie, ongewenst gedrag of een gebrek aan steun.
Het EU-OSHA-rapport toont aan dat psychosociale risico’s zoals stress, burn-out, angst, depressieve klachten en sociale uitsluiting niet gelijk verdeeld zijn. Vrouwen, werknemers met een migratieachtergrond, etnische minderheden, LGBTIQ+-personen, mensen met een handicap of chronische aandoening, jongeren, ouderen en werknemers met een lage sociaaleconomische status blijken vaker blootgesteld aan risicofactoren op het werk.
Dat komt onder meer door:
De kernboodschap van het rapport is duidelijk: psychosociale risico’s moeten bekeken worden door een diversiteitsbril. Als werkgever moet je dus niet alleen algemene stressfactoren aanpakken, maar ook nagaan welke groepen extra kwetsbaar zijn door hun positie in de organisatie of op de arbeidsmarkt.
Vooral een intersectionele aanpak is belangrijk: wie meerdere kwetsbaarheden combineert - bijvoorbeeld een jonge migrantenvrouw of een werknemer met een handicap én een laag inkomen - loopt vaak een hoger risico op mentale belasting, discriminatie of grensoverschrijdend gedrag.
Volgens EU-OSHA ligt de oplossing in:
Diversiteit mag geen HR-thema aan de zijlijn blijven, maar moet deel worden van het welzijns- en preventiebeleid.
De essentie uit het rapport ‘Workforce diversity and psychosocial risks: towards healthier and more inclusive workplaces’ (EU-OSHA):