
Dit initiatief vormt ook een gelegenheid om aandachtig te kijken naar een realiteit die ook de arbeidswereld raakt. Suïcidaal gedrag kan iedereen treffen en kan naasten, collega’s, leidinggevenden en actoren op het gebied van welzijn op het werk confronteren met bijzonder aangrijpende en soms moeilijk te vatten situaties.
Het is belangrijk om dit soort gedragingen beter te begrijpen, de signalen ervan te herkennen en te weten hoe te reageren. Zo kan iedereen, met meer kennis en betere instrumenten, bijdragen om een meer oplettende en ondersteunende omgeving te creëren.
De meest recente Belgische gegevens dateren van 2022.
Er bestaan verschillen tussen de gewesten, met een suïcidesterftecijfer per 100.000 inwoners van 16,6 sterfgevallen in Wallonië, 15,1 in Vlaanderen en 12,7 in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Met 15,4 sterfgevallen per 100.000 inwoners zat België dat jaar boven het gemiddelde van de Europese Unie, dat 10,6 sterfgevallen bedroeg. De statistieken van 2022 tonen bovendien een aanzienlijk verschil tussen mannen en vrouwen, met een suïcidesterftecijfer van 22 bij mannen en 9,4 bij vrouwen.
De arbeidswereld kan een rol spelen bij de vroegtijdige opsporing van psychisch lijden. Leidinggevenden, collega’s, vakbondsafgevaardigden, vertrouwenspersonen, preventieadviseurs, arbeidsartsen: iedereen kan op hun niveau bijdragen aan deze preventieve aanpak. Het doel is niet om een specialist in zelfdoding te worden, maar om te weten hoe signalen kunnen worden herkend, hoe een gepast luisterend oor kan worden geboden, hoe kan worden doorverwezen en hoe hulp kan worden ingeschakeld wanneer dat nodig blijkt. Een welwillende omgeving, een luistercultuur en de steun van collega’s en leidinggevenden kunnen stuk voor stuk helpen om psychische nood te voorkomen.
Noodsignalen herkennen, daar durven over praten, zonder oordeel luisteren en doorverwijzen naar de juiste hulpbronnen zijn enkele principes die belangrijke aanknopingspunten bieden wanneer een situatie zorgwekkend is. Wat niet betekent dat we alle antwoorden moeten kennen. Integendeel: de grenzen van onze rol erkennen en weten wanneer en bij wie we hulp moeten vragen, maken eveneens deel uit van preventie.
Om je bij deze complexe situaties te begeleiden, geeft Cohezio je vijf punten met essentiële vragen die je doorneemt wanneer een situatie van psychische nood ontstaat, zowel voor werknemers als voor organisaties:
Bepaalde gedragsveranderingen kunnen je aandacht trekken: sociale terugtrekking, isolement, verbreking van het contact met naasten, slaapstoornissen, een duidelijke gedragsverandering of ongewoon gedrag. Deze signalen betekenen niet noodzakelijk en systematisch dat iemand suïcidaal is. Wel wijzen ze op een leed dat gehoord moet worden.
Bepaalde elementen moeten je meer alert maken op het risico dat de persoon tot de daad kan overgaan: uitspraken als “ik zou beter dood zijn” of “het heeft geen zin meer om verder te leven”, toespelingen op zelfdoding (“ik zou me beter ophangen”), een ongebruikelijke fascinatie voor de dood (“het zou zo fijn zijn om er niet meer te zijn”), gevaarlijk gedrag of tekenen die wijzen op de voorbereiding van een vertrek.
Wat je vooral moet onthouden, is dat een verandering die je zorgen baart op zich al voldoende reden is om de persoon te benaderen.
Het belangrijkste is dat je niet doet alsof er niets gezegd werd. Je kan het onderwerp rechtstreeks aankaarten in eenvoudige bewoordingen zoals: “Je zegt dat je niet meer kan. Denk je dan aan zelfdoding?"
Zelfdoding duidelijk benoemen, brengt de persoon niet op ideeën. Integendeel, zo kan je nagaan of je het inderdaad over hetzelfde hebt en kan je de persoon helpen om onder woorden te brengen wat die doormaakt. Antwoordt de persoon “ja”, dan kan je nog meer open vragen stellen om te begrijpen wat die doormaakt.
Het is niet de bedoeling dat dit een verhoor wordt of dat je meteen een oplossing vindt. Het gaat er in de eerste plaats om de situatie in te schatten, te luisteren, het lijden ernstig te nemen, het te erkennen en de dialoog gaande te houden.
Niet alle suïcidale situaties zijn even dringend. Een eerste aanknopingspunt bestaat erin om jezelf enkele vragen te stellen: Heeft de persoon zelfdodingsgedachten? Denkt die na over een concreet scenario? Zegt die duidelijk op welke manier die dat scenario zou uitvoeren? Geeft de persoon aan dat die tot de daad wil overgaan? Heeft de persoon een min of meer precieze termijn aangegeven om tot de daad over te gaan?
Algemeen bestaan er drie niveaus van urgentie:
Deze aanknopingspunten kunnen de beoordeling door een professional uiteraard niet vervangen. Bij twijfel of bij acuut gevaar is het dan ook essentieel om gespecialiseerde hulp of de hulpdiensten in te schakelen.
De manier waarop je je opstelt, is van groot belang. Een vertrouwensklimaat creëren, zonder oordeel luisteren, open vragen stellen en de persoon de ruimte geven om te vertellen wat die doormaakt, zijn belangrijke eerste stappen. Je kan de persoon ook helpen om diens hulpverleners in kaart te brengen: een naaste, een familielid, een vriend, een professional of een gespecialiseerde dienst. Zo wordt duidelijk dat de persoon er niet alleen voor staat.
Belangrijk is dat je niet probeert om alles zelf op te lossen. Begeleiden betekent dat je ook weet wanneer je de fakkel doorgeeft.
Iemand doorverwijzen naar een professional betekent niet dat je de persoon in de steek laat. Integendeel, je kan de persoon concreet helpen om deze eerste stap te zetten, bijvoorbeeld door samen de juiste dienst te zoeken en bij de persoon te blijven terwijl die belt.
Het is van fundamenteel belang dat een organisatie niet wacht tot er zich een crisis voordoet om na te denken over de manier waarop ze wil handelen. Gemeenschappelijke aanknopingspunten kunnen vooraf worden vastgelegd: de personen met wie contact moet worden opgenomen, de referentiedocumenten en -procedures, de hulpverleners en tools die kunnen worden ingezet, de rol van eenieder en de manier waarop de betrokken werknemer(s) kunnen worden ondersteund.
Deze voorbereiding is des te belangrijker wanneer zich binnen de organisatie een gebeurtenis in verband met zelfdoding voordoet, ongeacht of het om een suïcidepoging of een zelfdoding gaat. In een dergelijke situatie kan een snelle, weloverwogen en omkaderde communicatie ertoe bijdragen dat isolement wordt voorkomen en dat het team de nodige ondersteuning krijgt.
Preventie betekent dat men weet wat te doen bij een crisis, maar ook dat men zich erop voorbereidt en nadenkt over de nazorg. Belangrijk daarbij is dat we voor ogen houden dat dergelijke situaties zwaar doorwegen op mensen, ook al is de organisatie voorbereid.