
Elke fiche vat in enkele bladzijden samen waar blootstelling optreedt, wat de stof is, welke gezondheidsschade ze veroorzaakt, welke maatregelen werken en welke grenswaarde per land geldt. Die laatste rubriek maakt de fiches bruikbaar voor wie in België een risicoanalyse chemische agentia moet onderbouwen.
De nieuwe fiches behandelen 1,2-dichloorpropaan, 1,2,3-trichloorpropaan, chloropreen, dichloormethaan, ethyleendibromide, glycidylmethacrylaat, leerstof, o-toluïdine, pyrocatechol, siliciumcarbidevezels en vluchtige organische stoffen (VOS). De Roadmap is geen extern initiatief waar België aan de zijlijn staat: de FOD Werkgelegenheid is een van de ondertekenaars, naast tien andere lidstaten en vijf Europese organisaties waaronder EU-OSHA, ECHA en de Europese Commissie. De huidige fase loopt tot eind 2027 en de site is volledig in het Nederlands beschikbaar.
Voor 1,2-dichloorpropaan bestaat nog geen bindende Europese grenswaarde; die is in voorbereiding. In afwachting daarvan hanteren de lidstaten hun eigen waarde, en die waarden vallen in twee groepen uiteen. België zit op 47 mg/m³ (TGG 8 uur), samen met Spanje, Finland en Ierland rond dezelfde orde van grootte. Frankrijk, Oostenrijk en Denemarken hanteren 350 mg/m³, Noorwegen 185 mg/m³.
Dat verschil is relevant voor elke preventieadviseur in een organisatie met een buitenlands moederbedrijf. Interne normen worden vaak overgenomen uit een groepsbeleid dat elders is opgesteld, en wie een Franse of Oostenrijkse groepsnorm klakkeloos toepast in een Belgische vestiging, werkt met een waarde die hier zeven keer te hoog ligt. Het landenoverzicht op de fiche maakt die controle in twee minuten mogelijk.
De fiche over 1,2-dichloorpropaan bevat een vaststelling die verder reikt dan die ene stof. De productie verloopt volledig in gesloten systemen, en de blootstelling ontstaat wanneer die systemen opengaan voor onderhoud, inspectie of reiniging. In de praktijk betekent dit dat een risicoanalyse die vertrekt van de normale bedrijfsvoering het werkelijke blootstellingsmoment mist.
Datzelfde patroon zien we bij chroom VI, bij asbest in gebouwenbeheer en bij lasrook. De taken met de hoogste piekblootstelling zijn zelden de dagelijkse productietaken. Ze worden bovendien geregeld uitgevoerd door derden, wat ook de informatieplicht bij werken met derden in beeld brengt.
Leerstof, siliciumcarbidevezels en VOS hebben geen eigen CAS-nummer waarop men een inventaris kan bouwen. Ze komen niet met een veiligheidsinformatieblad de werkplaats binnen, want ze ontstaan tijdens het proces of vormen een mengsel dat per situatie verschilt. Wie een inventaris van kankerverwekkende agentia opbouwt vanuit productetiketten, mist ze systematisch. De Roadmap voegde deze categorieën bewust toe, in lijn met de bredere beweging rond procesgegenereerde carcinogenen.
Een fiche vervangt de risicoanalyse niet. Ze verkort wel het opzoekwerk dat eraan voorafgaat, en levert materiaal dat rechtstreeks bruikbaar is in overleg. Vier concrete toepassingen:
De volledige reeks van 45 fiches staat op stopcarcinogensatwork.eu/facts, in het Nederlands, met per stof het landenoverzicht van grenswaarden. Voor wie de risicoanalyse chemische agentia dit najaar herziet, is dat overzicht het snelste vertrekpunt.