
Het voorstel, ingediend door de Duitse bevoegde instantie BAuA en momenteel in beoordeling bij ECHA (Europees Agentschap voor chemische stoffen) , verschuift TFA van een stof die lang als nagenoeg onschadelijk gold naar het regime voor reprotoxische agentia. Voor wie met deze stof of haar voorlopers werkt, verandert daarmee het etiket én de verplichtingen eronder.
Trifluorazijnzuur is de kleinste soort van de PFAS-familie. Het ontstaat wanneer pesticiden die PFAS bevatten, degraderen in het milieu, of wanneer koelgassen uit koelkasten of airco's afbreken in de atmosfeer. Andere mogelijke bronnen zijn geneesmiddelen, zoals antidepressiva. TFA stapelt minder gemakkelijk op in het lichaam dan de meeste andere PFAS, maar is dan weer veel meer aanwezig in het milieu.
De kern van het CLH-dossier (Classification and Labelling Harmonisation) is de indeling Repr. 1B (H360fD). Die berust op dierstudies waarin nakomelingen lagere geboortegewichten, verhoogde postnatale sterfte en, in een ontwikkelingsstudie, een dosisafhankelijke toename van misvormingen vertoonden, waaronder onvolledige sluiting van de neurale buis. De effecten op de vruchtbaarheid wegen lichter (vandaar de kleine letter "f" in de code), maar de ontwikkelingstoxiciteit is bepalend voor de categorie.
Daarnaast stelt het dossier twee milieuklassen voor die nieuw zijn in de CLP-verordening: PMT (persistent, mobiel, toxisch) en vPvM (zeer persistent, zeer mobiel), met de gevarenaanduidingen EUH450 en EUH451 over langdurige en diffuse vervuiling van waterbronnen. TFA is een ultrakortketenige PFAS die nauwelijks afbreekt en zich net daardoor goed in water verspreidt. Tot voor kort werd aangenomen dat TFA, anders dan veel andere PFAS, weinig schadelijk was.
Zodra een stof als Repr. 1A of 1B is ingedeeld, valt ze onder het regime voor kankerverwekkende, mutagene en reprotoxische agentia (Codex Boek VI, Titel 2). Dat betekent in de eerste plaats een substitutieverplichting: de werkgever moet nagaan of de stof of het proces vervangen kan worden door een minder gevaarlijk alternatief, en die afweging documenteren. Pas als substitutie technisch niet haalbaar is, komt blootstellingsbeheersing in beeld.
In de tweede plaats activeert de indeling de moederschapsbescherming. Zwangere en borstvoedende medewerkers mogen niet worden blootgesteld aan stoffen met H360. Dat is geen kwestie van risicobeperking, maar van verwijdering van de blootstelling. Wie deze stof in huis heeft, zal de risicoanalyse zwangerschap moeten herzien zodra de classificatie definitief wordt.
De lastigste eigenschap voor een stoffeninventaris is dat TFA zelden als hoofdgrondstof opduikt. Het is vooral een afbraakproduct en een onzuiverheid: het ontstaat bij de afbraak van talloze gefluoreerde verbindingen, waaronder de nieuwere koelmiddelen (HFO's) in airconditioning, en het komt via gewasbeschermingsmiddelen in het milieu terecht. Een veiligheidsinformatieblad dat TFA niet vermeldt, sluit de aanwezigheid ervan dus niet uit. Wie zijn inventaris uitsluitend op productnamen baseert, mist deze categorie.
Een belangrijke nuance: een CLH-voorstel is nog geen geldende wetgeving. Het Comité risicobeoordeling (RAC) van ECHA moet eerst een advies uitbrengen, waarna de Europese Commissie de indeling al dan niet opneemt in bijlage VI van de CLP-verordening, met een overgangstermijn. De juridische verplichtingen bijten dus pas later. De voorbereiding kan wel nu al beginnen:
Dit dossier is voorlopig een classificatievoorstel, geen incident en geen geldende norm. Wat het wel doet, is een stof die jarenlang buiten de aandacht bleef, verplaatsen naar een categorie met op termijn wellicht concrete gevolgen voor de werkvloer.
Ook voor ons kraanwater kan het gevolgen hebben. Zo zit er mogelijk een verstrenging van de normen aan te komen. Nu geldt er in Vlaanderen een gezondheidskundige advieswaarde van 15,6 microgram TFA per liter drinkwater. In principe mag er helemaal geen TFA in het water zitten. Maar volgens experten van het Vlaams Departement Zorg dreigen er geen gevolgen voor de gezondheid zolang het gehalte onder die drempel blijft.
De milieuorganisatie Bond Beter Leefmilieu wijst erop dat TFA, onder de nieuwe Europese beoordeling, in een nieuwe categorie valt: die van de afbraakproducten met zorgwekkende giftige eigenschappen. En daarvoor geldt in Vlaanderen een norm van 0,1 microgram per liter, 156 keer strenger dus.