
De ‘International Diving Schools Association’ (IDSA) werd in 1982 opgericht om gemeenschappelijke duikstandaards te ontwikkelen, veiligheid en kwaliteit in duiksector te verbeteren en te zorgen dat beroepsduikers makkelijker internationaal kunnen werken.
De vereniging richt zich op alle duikers, zowel offshore als binnenwaterduikers. Duikscholen uit 12 verschillende landen (inclusief België) zijn volwaardig lid. Leden worden om de 5 jaar aan een audit onderworpen, waarbij onder meer gefocust wordt op de uitgifte van de IDSA Q-card. Daarnaast zijn er ook geassocieerde leden, industriële leden, aangesloten leden en een wederzijds lidmaatschap.
Het IDSA-opleidingssysteem voor duikers is gebaseerd op een modulaire aanpak. Het gaat om volgende modules:
Er zijn 4 competentieniveaus, waarbij een combinatie van voorgaande modules moeten gevolgd zijn:
Het handboek heeft 6 delen en de laatste versie dateert van 2025:
De IDSA Q ‑ card is een internationaal erkend certificaat dat bewijst dat een duiker een bepaalde professionele duikopleiding heeft gevolgd volgens de normen van IDSA.
Het niveau van de kwalificaties van scholen (volledig lidmaatschap en geassocieerde leden) is mooi samengevat in de List of Equivalence - Equivalent National Standard & taught by IDSA Members.
Daarnaast wordt om de 6 maanden een magazine uitgegeven dat via de nieuwswebsite van IDSA kan gedownload worden.
Het duikcentrum SAB AKVO Belgium is volledig lid van IDSA en het centrum IFAPME van Dinant is geassocieerd lid van IDSA.
Het ‘European Diving Technology Committee’ (EDTC) werd in maart 1973 opgericht naar aanleiding van een initiatief van de Britse ‘Society for Underwater Technology’ (SUT). De vereniging was van mening dat er een behoefte was aan het bevorderen van goede normen voor het duiken, het bieden van mogelijkheden tot verbetering waar nodig, en het waar mogelijk coördineren van de verschillende normen die wereldwijd bestonden.
Uitgangspunt is de kaderrichtlijn 89/391/EEG en de richtlijn betreffende beroepskwalificaties (richtlijn 2005/36/EG), die van toepassing is op alle landen in Europa.
Het lidmaatschap staat open voor vertegenwoordigers van elk land binnen Europa. Het land kan zich vertegenwoordigen door één vertegenwoordiger uit de categorieën geneeskunde, industrie, overheid of vakbond.
Op de website van het European Diving Technology Committee (EDTC) kan je heel wat documenten vinden over normen die betrekking hebben op duiken (in het Engels).
In titel 4 van Boek V “werken in hyperbare omgeving” van de Codex over het welzijn op het werk zijn er bepalingen over duiken terug te vinden:
Daarnaast is er Belgische regelgeving voor de brandweer, civiele bescherming en voor defensie. Er zijn ook bepalingen in havenreglementen.
Dit koninklijk besluit was geen omzetting van een specifieke Europese richtlijn. Hierdoor kunnen de wettelijke voorschriften van land tot land aanzienlijk verschillen (en soms ontbreken). Bij gebrek aan specifieke regelgeving, valt men enerzijds terug op de algemene bepalingen van hogervermelde kaderrichtlijn 89/391/EEG of anderzijds codes van goede praktijk zoals hierboven enkele opgesomd.