
Om de impact van warmte correct in te schatten, volstaat een gewone thermometer niet. In België wordt daarom gebruikgemaakt van de WBGT-index (Wet Bulb Globe Temperature). Die index houdt niet alleen rekening met de temperatuur, maar ook met factoren zoals luchtvochtigheid, luchtverplaatsing en stralingswarmte van bijvoorbeeld de zon of machines.
Daardoor ligt de WBGT-waarde meestal 5 tot 10 graden lager dan de klassieke temperatuurmeting, maar geeft ze wel een accurater beeld van hoe belastend de warmte werkelijk aanvoelt.
Zo kan een temperatuur van 30 °C nog relatief draaglijk zijn bij droge lucht, terwijl dezelfde temperatuur veel zwaarder aanvoelt bij een hoge luchtvochtigheid. Een buitentemperatuur van 30 °C stemt ongeveer overeen met:
Hoe hoger de luchtvochtigheid, hoe groter dus de belasting voor werknemers.
De Belgische regelgeving bepaalt duidelijke grenswaarden. Zodra die overschreden worden, moet een werkgever maatregelen nemen om gezondheidsproblemen en overmatige hinder te voorkomen.
De actiewaarden verschillen volgens de fysieke zwaarte van het werk:
Onder lichte arbeid vallen bijvoorbeeld secretariaatswerk of autorijden. Zware arbeid omvat onder meer graafwerken, zaagwerken of andere intensieve fysieke activiteiten op een werf.
Bij overschrijding van de grenswaarden moet de werkgever onder andere:
Je kan best niet wachten tot de wettelijke limieten bereikt zijn. Een proactieve aanpak vermindert gezondheidsklachten en bevordert zowel de veiligheid als de productiviteit.
Wanneer hoge temperaturen meerdere dagen aanhouden, kunnen bijkomende rustpauzes verplicht worden. Daarbij wordt rekening gehouden met zowel de WBGT-waarde als de fysieke belasting van het werk.
Voor lichte arbeid gelden bijvoorbeeld volgende richtlijnen:
Die rustpauzes gebeuren idealiter in een koelere omgeving, zodat werknemers voldoende kunnen recupereren.
Tijdens warme zomerdagen kunnen ook de ozonconcentraties sterk stijgen. Hoewel de arbeidswetgeving geen afzonderlijke regels oplegt voor ozon, wordt blootstelling eraan wel beschouwd als een arbeidsrisico. Vooral werknemers die buiten actief zijn, zoals bouwvakkers, groenarbeiders en logistieke medewerkers, lopen meer risico.