
Tot nu moest een slachtoffer kiezen tussen die twee. Voor wie beroepsmatig met asbest in aanraking kwam, blijft de immuniteit van de werkgever wel gelden. Het voorontwerp gaat voor advies naar de Raad van State, dus de regeling is een stap dichterbij, nog niet definitief.
Naast de opheffing van de immuniteit voor omgevingslachtoffers bevat het voorontwerp een reeks aanpassingen aan het Asbestfonds, dat sinds 2007 slachtoffers van asbestziekten vergoedt. Bedrijven die definitief veroordeeld worden voor asbestschade, moeten voortaan via burgerlijke boetes extra bijdragen aan dat fonds. De bijdrage van zelfstandigen gaat omhoog en het fonds krijgt een structurele financiering.
Er verdwijnt ook een bestaand verschil in behandeling: de terugbetaling van gezondheidszorg wordt gelijkgetrokken tussen slachtoffers die werknemer waren en omgevingslachtoffers of zelfstandigen. Verder voorziet het voorontwerp een hogere vergoeding voor begrafeniskosten, een groen nummer en een centralisatie van de asbestregisters.
De opheffing geldt voor omwonenden, niet voor wie met asbest werkte. Dit onderscheid is geen detail. Het Belgische stelsel van beroepsziekten werkt met een burgerlijke immuniteit: een medewerker met een erkende beroepsziekte krijgt een vergoeding via het systeem, maar kan de werkgever in de regel niet voor de rechter dagen, behalve bij een opzettelijke fout. Die logica blijft voor professionele asbestslachtoffers overeind.
Voor omgevingslachtoffers gold tot nu een vergelijkbare keuze: wie een tegemoetkoming uit het Asbestfonds aanvaardde, gaf het recht op een rechtszaak op. Net die koppeling verdwijnt dus.
Asbest is in België verboden sinds 2001, maar het zit nog in talloze gebouwen, daken, leidingen en isolatie van voor die datum. De ziekten die vandaag worden vastgesteld, gaan terug op blootstelling van decennia geleden. De latentietijd van mesothelioom bedraagt vaak dertig tot veertig jaar. Wat zich nu in dossiers en rechtszaken vertaalt, is het gevolg van werk- en leefomstandigheden uit de jaren zeventig en tachtig. Daarom is asbestbeheer bij renovatie en sloop vandaag geen formaliteit: de blootstelling van nu bepaalt de dossiers van over dertig jaar.
De juridische verschuiving raakt de werkgeversimmuniteit niet, dus de directe impact op het beroepsziektenluik blijft beperkt. De waarde van dit nieuws voor de praktijk zit elders. Het is een aanleiding om het asbestbeheer in de eigen organisatie tegen het licht te houden, zeker bij gebouwen van voor 2001.
Enkele concrete aandachtspunten:
De opheffing van de immuniteit verandert vooral de positie van omgevingslachtoffers en bevestigt dat asbest een actief beleidsdossier blijft. Voor de preventiepraktijk is de boodschap minder spectaculair, maar even concreet: de gebouwen waarin vandaag gewerkt wordt, dragen nog steeds een risico dat zich pas decennia later in cijfers vertaalt.