
Het KB maakt de wet van 18 december 2025 operationeel door te definiëren wat "lichte arbeid" precies inhoudt. Voor preventieadviseurs in kleinhandel, horeca, zorg en logistiek betekent dit een nieuwe doelgroep op de werkvloer; eentje die strenger beschermd moet worden dan de meeste werkgevers vandaag in hun risicoanalyse hebben staan.
Het KB somt limitatief op welke activiteiten 15-jarigen mogen verrichten. De lijst klinkt op het eerste gezicht ruim: hulp aan onthaal of vestiaire, vakkenvuller, verkoopsassistent in kleinhandel, lichte logistieke taken (ontvangst, verpakking, etikettering, voorraadbeheer), lichte schoonmaak en het bedelen of afruimen van maaltijden in de zorg.
De afbakening zit in twee voorwaarden die makkelijk over het hoofd gezien worden. De activiteiten mogen geen specifieke scholing vergen, en ze mogen niet uitgevoerd worden met of aan mechanische arbeidsmiddelen. Dat tweede criterium is waar het in de praktijk zal wringen. Een palletwagen, een industriële vaatwasser of bepaalde etiketteer- en hulpmiddelen kunnen discussie oproepen. Zelfs bij ogenschijnlijk eenvoudige taken, zoals schoonmaak of etikettering, zal telkens moeten worden nagegaan of de gebruikte middelen nog passen binnen de definitie van lichte arbeid. De ervaring met andere afbakeningen in de codex leert dat de inspectie streng kijkt zodra er een incident gebeurt.
Artikel 1 §2 van het KB legt op dat de activiteiten geen afbreuk mogen doen aan veiligheid, gezondheid of ontwikkeling van de minderjarige, noch aan regelmatig schoolbezoek of beroepskeuzevoorlichting. Dat is breder dan klassieke arbeidsveiligheid en sluit aan bij artikel 7.1 van de arbeidswet, dat al langer bepaalt dat kinderarbeid hun pedagogische, intellectuele, sociale of morele ontwikkeling niet mag schaden.
Voor de preventieadviseur betekent dit dat de risicoanalyse voor deze doelgroep niet stopt bij fysieke risico's. Werktijd na schooluren, mentale belasting, blootstelling aan agressie van klanten, contact met meerderjarige collega's in informele settings: het zijn elementen die meewegen onder de noemer "ontwikkeling". Boek X, titel 3 van de codex over het welzijn op het werk (jongeren op het werk) blijft het juridische ankerpunt, maar de toepassing wordt nu uitgebreid naar een leeftijdsgroep die voorheen niet in de meeste bedrijfsrisicoanalyses opdook. De Nationale Arbeidsraad wees in zijn advies van januari 2026 expliciet op deze spanning: vakkenvullen, klantencontact en logistieke omgevingen brengen psychosociale en fysieke belastingen mee die niet automatisch "licht" zijn voor een 15-jarige.
Wie 15-jarigen aanwerft, moet beseffen dat de tewerkstellingsvoorwaarden uit artikel 7.15 van de arbeidswet aanzienlijk strenger zijn dan voor 16- of 17-jarige jobstudenten:
Bij meerdere werkgevers worden alle uren samengeteld. De sanctie bij overtreding is een niveau 2-boete, vermenigvuldigd met het aantal betrokken minderjarigen. Dat is geen detail: voor een keten met meerdere vestigingen kan dat snel oplopen.
Vijf praktische gevolgen voor wie deze doelgroep in dienst neemt:
Het KB van 19 april 2026 is een verbreding van de doelgroep waarvoor het bestaande beschermingskader voor jeugdige werknemers van toepassing wordt. De rechtsbasis lag al lang vast in boek X, titel 3 van de codex en in de arbeidswet. Wat verandert, is dat sectoren die tot nu toe weinig met deze materie te maken hadden (kleinhandel, schoonmaak, lichte logistiek) nu wél in het toepassingsgebied vallen.