
Om een concreet voorbeeld te geven: in 2025 werden in het kader van een noodsituatie via BE-Alert 2.190.000 sms’jes en 861.000 e-mails verstuurd. Dat toont duidelijk aan dat noodsituaties niet alleen ‘anderen’ overkomen.
Deze cijfers tonen aan dat noodsituaties zich overal en op elk moment kunnen voordoen. Overheden en hulpdiensten zetten permanent in op noodplanning en paraatheid, maar het bewustzijn en de voorbereiding van mensen zelf is een cruciale factor om de gevolgen van risico’s te beperken en gepast te reageren tijdens een noodsituatie.
Wanneer mensen tijdens de eerste uren van een crisis voldoende weerbaar zijn, krijgen hulpdiensten de ruimte om zich te focussen op wie het meest kwetsbaar is. Zich voorbereiden betekent dus handelen voor zichzelf, maar ook voor anderen.
Om de weerbaarheid van de bevolking te verhogen lanceert het Nationaal Crisiscentrum een campagne over vier jaar. De campagne heeft tot doel om burgers aan te zetten om de juiste reflexen aan te nemen voor, tijdens en na een noodsituatie: weten hoe je snel en juist moet evacueren of schuilen, weten waar je de juiste informatie kan vinden, beschikken over een noodplan en een noodpakket...
Het eerste deel van de campagne focust op het snel vinden van de juiste informatie tijdens een noodsituatie. Duidelijke en betrouwbare informatie is essentieel om gepast te kunnen handelen en zichzelf en anderen te beschermen tijdens een noodsituatie. Weten waar je terechtkunt voor officiële informatie en via welke kanalen de overheid communiceert, is dan ook van kapitaalbelang. De campagne vertaalt die voorbereiding naar drie eenvoudige en concrete stappen:
In een noodsituatie maakt betrouwbare, correcte informatie het verschil tussen onwetendheid en gepast handelen.
Met deze campagne wil het Nationaal Crisiscentrum de bevolking ondersteunen om zich beter voor te bereiden op noodsituaties, zichzelf te beschermen en ook oog te hebben voor anderen. Om die doelstelling te bereiken, kiest het Nationaal Crisiscentrum bewust voor een nabije en lokale aanpak, rechtstreeks op het terrein en bij de mensen. De komende vier jaar zullen verschillende thema’s aan bod komen (nucleair risico, Seveso…).
De campagne steunt op een uitgebreid lokaal netwerk van onder meer gemeenten, lokale organisaties... Dat zijn plaatsen waar mensen elkaar ontmoeten, informatie uitwisselen en samenbouwen aan een sterke gemeenschap. Via deze lokale partners wil de campagne zo dicht mogelijk aansluiten bij het dagelijkse leven van de mensen.
Daarnaast staat solidariteit centraal. Voorbereid zijn betekent ook stilstaan bij de noden van kwetsbare personen in de eigen omgeving. Door het gesprek aan te gaan met buren, familieleden en kennissen, kunnen mensen nagaan wie mogelijk extra ondersteuning nodig heeft tijdens een noodsituatie en hoe zij daarbij kunnen helpen.
Het Nationaal Crisiscentrum staat gedurende heel de campagne in nauw contact met de verschillende partners en stelt communicatiemateriaal ter beschikking (affiches, materiaal voor de sociale media, visuals…). De campagne zal de komende weken niet enkel zichtbaar zijn via de kanalen van het Nationaal Crisiscentrum, maar ook via de kanalen van de vele partners die deze campagne ondersteunen (oa steden en gemeenten). Tevens zal deze campagne worden versterkt door een gerichte affichage.
Mensen die de campagne willen volgen, kunnen de website en sociale media van het Nationaal Crisiscentrum raadplegen (crisiscentrum.be).