
Volgens de Welzijnswet moet elke werkgever over een interne dienst voor preventie en bescherming op het werk beschikken. Die dienst staat in voor het welzijnsbeleid binnen het bedrijf. Onder bepaalde voorwaarden kunnen meerdere werkgevers samen één gemeenschappelijke interne dienst oprichten. Die werkt dan voor verschillende bedrijven die op een of andere manier met elkaar verbonden zijn, bijvoorbeeld juridisch, economisch of geografisch.
Een GIDPB is vooral relevant voor kleine organisaties die samen efficiënter een preventieadviseur kunnen inzetten, bedrijven binnen één groep of met een nauwe samenwerking (bijvoorbeeld lokale overheden met scholen of intercommunales) of voor werkgevers die hun preventiebeleid willen versterken door expertise te bundelen.
De hervorming, vastgelegd in het Koninklijk Besluit van 26 maart 2024 (gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 2 mei 2024), maakt een belangrijk onderscheid tussen grote en kleine gemeenschappelijke interne diensten.
Een grote GIDPB wordt geacht te bestaan wanneer: de dienst meer dan 2.000 werknemers bedient, meer dan 10 werkgevers omvat, of een eigen medisch toezichtdepartement heeft. Voor deze grote diensten blijft een voorafgaande toelating verplicht. De aanvraag gebeurt bij de Algemene Directie Humanisering van de Arbeid (HUA) van de FOD WASO.
Voor een kleine GIDPB, met maximaal 10 werkgevers, maximaal 2.000 werknemers en zonder een eigen medische dienst, is de toelatingsprocedure sterk vereenvoudigd. Er is geen voorafgaande ministeriële goedkeuring meer nodig en werkgevers kunnen sneller en eenvoudiger samen een GIDPB oprichten, mits ze aan de basisvoorwaarden voldoen(art. II.2-4 van de codex) zoals:
In beide gevallen moeten de bedrijven die deel uitmaken van een GIDPB, en dus niet over een eigen medisch toezichtdepartement beschikken, in de toekomst aangesloten zijn bij dezelfde externe dienst voor preventie en bescherming op het werk.
Voor GIDPB’s die vóór 1 juli 2024 al waren opgericht gelden enkele overgangsbepalingen.