
Batterij-energieopslagsystemen (Battery Energy Storage Systems of BESS) spelen een steeds belangrijkere rol in de energietransitie. Waar deze technologie oorspronkelijk vooral werd ingezet in grootschalige energieprojecten zoals Engie in Vilvoorde of andere sites, zien we vandaag een duidelijke verschuiving naar toepassing binnen bedrijven en industriële sites.
Vrijwel elke sector met een relevant energieverbruik kan hiermee geconfronteerd worden: industrie, logistiek, retail, maar ook landbouwbedrijven en kmo’s. BESS-installaties worden ingezet om energiekosten te beheersen, piekverbruiken af te vlakken en de afhankelijkheid van het elektriciteitsnet te beperken.
Voor de preventieadviseur betekent dit dat BESS geen nichetoepassing meer is, maar een opkomend standaardonderdeel van technische installaties binnen ondernemingen.
De implementatie van een BESS moet beschouwd worden als een project met aanzienlijke veiligheidsimplicaties. Het is daarom essentieel dat de preventieadviseur reeds in een vroeg stadium betrokken wordt, met name in de ontwerpfase en bij de aankoopbeslissing.
Concreet houdt dit in:
Enkel op die manier kan de preventieadviseur zijn rol ten volle opnemen in het kader van de “drie groene lichten” (ontwerp – uitvoering – indienststelling). Belangrijk is dat veiligheid niet louter als technische compliance wordt gezien, maar als een geïntegreerd geheel van organisatorische, technische en noodmaatregelen.
Hoewel BESS talrijke voordelen biedt, zijn er ook specifieke en soms onderschatte risico’s verbonden aan vooral lithium-ion batterijen.
De belangrijkste incidentmechanismen zijn:
Een belangrijk kenmerk van incidenten met batterijsystemen is hun langdurig verloop. In tegenstelling tot klassieke branden kunnen deze incidenten zich over meerdere dagen tot zelfs weken ontwikkelen. Dit impliceert:
Voor de preventieadviseur betekent dit dat klassieke brandscenario’s en noodprocedures vaak niet volstaan en moeten worden aangepast aan deze specifieke risico’s.
Door het (voorlopig) ontbreken van een specifiek en uniform wettelijk kader, is de ontwikkeling van richtlijnen, normen en best practices sterk toegenomen. Deze zijn vaak gebaseerd op internationale standaarden en praktijkervaring na incidenten.
Belangrijke referenties zijn onder meer:
De Belgische brandweerdiensten hebben op basis van deze internationale referenties een code van goede praktijk opgesteld voor energieopslagsystemen groter dan 20 kWh. Deze richtlijn (momenteel versie 1.5, 2025) bevat aanbevelingen met betrekking tot:
Deze richtlijn vormt vandaag een essentiële leidraad voor preventieadviseurs, ontwerpers en exploitanten van BESS-installaties. Zolang een duidelijk en gedetailleerd wettelijk kader ontbreekt, blijft het essentieel om te steunen op codes van goede praktijk en internationale standaarden, en om een proactieve en kritische rol op te nemen binnen het besluitvormingsproces.