
Dit koninklijk besluit zet de bepalingen van Richtlijn (EU) 2024/869 van het Europees Parlement en de Raad van 13 maart 2024 tot wijziging van Richtlijn 2004/37/EG van het Europees Parlement en de Raad en van Richtlijn 98/24/EG van de Raad, wat de grenswaarden voor lood en de anorganische verbindingen daarvan en voor diisocyanaten betreft om in nationaal recht.
De belangrijkste wijzigingen hebben te maken met de aanpassing van de bestaande beroepsblootstellingsgrenswaarden voor lood en anorganische loodverbindingen, evenals de invoering van uniforme grenswaarden die van toepassing zijn op alle diisocyanaten.
De beroepsblootstellingsgrenswaarde voor lood en anorganische loodverbindingen wordt verlaagd naar 0,03 mg/m³. De biologische grenswaarde wordt in eerste instantie verlaagd tot 30 µg Pb/100 ml bloed en vanaf 1 januari 2029 tot 15 µg Pb/100 ml bloed.
Voor werknemers bij wie het bloedloodgehalte ten gevolge van historische blootstelling de biologische grenswaarde overschrijdt, kan worden toegestaan dat zij hun werkzaamheden verderzetten, op voorwaarde dat er een regelmatige medische opvolging plaatsvindt, en hun bloedloodgehalte een dalende trend vertoont.
Vrouwelijke werknemers in de vruchtbare leeftijd vormen een bijzonder kwetsbare risicogroep: er kan immers geen niveau worden bepaald waaronder blootstelling aan lood veilig zou zijn voor de ontwikkeling van hun nakomelingen. Voor hen dient te worden nagestreefd dat hun bloedloodgehalte de biologische richtwaarde van 4,5 μg Pb/100ml bloed niet overschrijdt.
Voor diisocyanaten worden in eerste instantie de volgende beroepsblootstellingsgrenswaardes vastgesteld: een grenswaarde met betrekking tot een referentieperiode van 8 uur van 10 µg NCO/m3 in combinatie met een grenswaarde voor kortstondige blootstelling van 20 µg NCO/m3. Vanaf 1 januari 2029 worden deze verlaagd naar 6 µg NCO/m3 (8-uurs gemiddelde) en 12 µg NCO/m3 (kortstondige blootstelling).
Naast deze wijzigingen werden een aantal onderdelen van boek VI van de Codex geactualiseerd, waaronder: de aanduiding van stoffen die onder titel 2 vallen in de grenswaardenlijst, de codes van normen voor werkplaatsmetingen, en de definitie van ‘mutageen agens’.
Daarnaast werden de in de REACH-verordening vastgelegde DNELs voor de aprotische solventen N,N-dimethylacetamide (DMAC) en 1‑ethylpyrrolidin‑2‑one (NEP) opgenomen in de grenswaardenlijst.