
De Machineverordening wordt dus het belangrijkste kader voor de technische conformiteit van AI die een veiligheidsfunctie in een machine vervult.
Een machine kan een systeem met artificiële intelligentie (AI) bevatten dat van invloed is op de veiligheid, zoals een autonoom botsingspreventiesysteem, een camerasysteem dat mensen detecteert of de besturing van een veiligheidsonderdeel. In dat geval kunnen twee verordeningen tegelijk van toepassing zijn:
De Europese wetgever wilde ervoor zorgen dat deze situatie “niet leidt tot overlappingen, inconsistente interpretaties of verschillen in de uitvoering.” Om dit soort problemen te voorkomen, heeft de Europese Commissie in de Digitale omnibus inzake AI een pakket maatregelen voorgesteld om verschillende digitale regelgevingen te vereenvoudigen en consistenter te maken.
Door de wijziging in de sectie van de Machineverordening die door de Digitale omnibus is ingevoerd, kunnen de technische verplichtingen voor AI met een hoog risico – zoals vastgelegd in de AI Act – voor machines worden uitgesloten. Eenzelfde fabrikant hoeft dus in principe niet eerst apart een conformiteitsbeoordeling volgens de AI-verordening uit te voeren voor zijn veiligheidscomponent (of onderdeel van een veiligheidscomponent) en daarna nog een conformiteitsbeoordeling volgens de Machineverordening voor de complete machine, inclusief de integratie van de AI-component.
Dit betekent echter niet dat de eisen voor AI met een hoog risico voor machines worden geschrapt: deze moeten vóór 2 augustus 2028 via een gedelegeerde handeling rechtstreeks in de Machineverordening worden opgenomen. De tekst verplicht de Commissie trouwens om via deze handeling te zorgen voor “een beschermingsniveau dat strookt met” datgene dat wordt geboden in de AI Act.
Het doel van de Europese wetgever is om de verplichtingen te herschikken, niet om ze af te schaffen. De daadwerkelijke doeltreffendheid hangt echter af van de precieze inhoud van de toekomstige gedelegeerde handelingen en van een eventuele aanpassing van de eisen aan de “specifieke kenmerken” van machines.